Wouter van Mastricht, Spaans vuur

Waardering:

Thrillers als spannend jongensboek

Maastricht 1635. De oorlog met de Spanjaarden loopt op z’n laatste benen. De belangrijkste slagen zijn gestreden, het kerngebied van de nieuwe Republiek is bevrijd en het Spaanse wereldrijk kan Holland weinig meer maken. Stadhouder Frederik Hendrik heeft zijn naam van stedenbedwinger eer aan gedaan door de Limburgse hoofdstad te veroveren, maar hoe lang houden de Hollanders het vol in een vijandige omgeving? In die sfeer van wantrouwen heeft Wouter van Mastricht zijn Spaans Vuur geplaatst.


De schrijver baseert zich in zijn boek op twee historische raadsels, die eigenlijk nooit zijn opgelost. Hoe kon een groep gevangen genomen Spaanse officieren ontsnappen uit de Maastrichtse gevangenis en hoe zat de poging in elkaar om de stad aan de Spaanse troepen te verraden.

Het verhaal draait om de legertolk Evan Sharpe die in opdracht van commandant Goldstein van de stad moet uitzoeken hoe de officieren konden ontsnappen. Er blijkt een fanatieke Spanjaard rond te lopen die er genoegen in schept om mensen van kop tot kont open te snijden. Bovendien stuit Sharpe op het complot om de stad aan de Spaanse troepen uit te leveren. Het komt uiteindelijk tot een waanzinnige achtervolging door de bossen en landen van het Zuid-Limburg van de zeventiende eeuw waarbij het lot van de stad in handen van Sharpe ligt.

Spaans Vuur is daarmee eigenlijk meer een spannend jongensboek dan een volwassen thriller. De onmogelijke opgaven voor de held, de vele toevalligheden die hem de ene keer redden en de andere keer opnieuw in de val laten lopen, maken van Spaans Vuur een jongensavontuur zoals ooit Ton Oosterhuis met De kleine ranseldrager al eens over hetzelfde beleg van Maastricht schreef in 1954.

Wouter van Mastricht weet overigens wel te boeien. Bijna 600 pagina’s lang weet hij de spanning op te voeren. Redden de protestantse troepen van prins Frederik Hendrik het of winnen de katholieken en de Spanjaarden de stad terug? Alles is in Spaans Vuur ondergeschikt aan die strijd. Korte romantische intermezzo’s breken dat tempo niet af. De schrijver weet goed de sfeer van die tijd te pakken: het vuil en de stank in de overvolle steden, de enorme armoede van het gewone volk en de mateloze arrogantie van de rijken en de adel. En natuurlijk de vreselijke ziekten als de pest die eigenlijk nooit verdwenen maar als een stille dreiging altijd op de achtergrond aanwezig waren.

Erg jammer is wel dat Wouter van Mastricht een paar historische flaters in zijn boek slaat. Zo heeft hij het over geweren en voetbal. Beide uitvindingen laten echter nog meer dan tweehonderd jaar op zich wachten. Ook spreekt hij over de 30-jarige oorlog in Duitsland. Maar in die jaren wist iedereen van de oorlog in Duitsland, maar niet dat die dertig jaar zou duren. De vrede werd in 1648 getekend. In die tijd sprak ook niemand van de 80-jarige oorlog, want ook die strijd met de Spanjaarden eindigde pas in 1648. Elk verhaal is een fragiel spel van feiten en fictie dat de lezer mee moet trekken in de fantasie van de schrijver. Daar passen dergelijke historische fouten niet in. Dat is zonde, want verder is het een leuk boek voor wie van historische thrillers houdt.